Spring naar inhoud
Contact

Wet Bestuur en Toezicht aangenomen door Tweede Kamer

Datum
Leestijd
5 minuten
door
Jan Leo de Hoop

Op 28 januari 2020 is het wetsvoorstel voor de Wet Bestuur en Toezicht aangenomen. De verwachting is dat deze wet per 1 juli 2020 in werking zal treden. Met deze wet worden de regels voor de governance en de aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders die al golden voor naamloze en besloten vennootschappen ook van toepassing voor verenigingen, stichtingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Wat verandert er allemaal?

Uniformering governance rechtspersonen

De taken en de aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders worden in de nieuwe wet op uniforme wijze geregeld voor alle rechtspersonen. Omdat niet alle rechtspersonen een onderneming drijven, wordt ten aanzien van de taakvervulling van bestuurders en toezichthouders in de nieuwe wet bepaald dat zij zich moeten richten naar het belang van de rechtspersoon “en de met haar verbonden onderneming of organisatie”.

Het was in eerste instantie de bedoeling om het toezichthoudende orgaan bij alle rechtspersonen aan te duiden als Raad van Commissarissen. Met het oog op het in de praktijk gehanteerde spraakgebruik wordt echter voor de vereniging en de stichting in de wet opgenomen dat de Raad van Commissarissen (RvC) ook als Raad van Toezicht (RvT) kan worden aangeduid.

Het zogenaamde one-tier bestuursmodel, waarbij uitvoerende bestuurders en niet-uitvoerende bestuurders (oftewel: toezichthouders) in één orgaan zitten, wordt onder de Wet Bestuur en Toezicht bij alle rechtspersonen mogelijk, terwijl dat model nu alleen nog bij de naamloze en besloten vennootschap mogelijk is.

Ook de regeling omtrent tegenstrijdig belang wordt geüniformeerd. Indien bij een bestuurder of toezichthouder sprake is van een tegenstrijdig belang, dan mag die bestuurder c.q. toezichthouder niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming. Als het tegenstrijdig belang het gehele bestuur treft, dan zal het besluit genomen moeten worden door de RvC/RvT, en als die er niet is, door de Algemene Vergadering. Als het tegenstrijdig belang de gehele RvC/RvT treft, dan dient het besluit eveneens door de Algemene Vergadering genomen te worden.

Governance stichting op onderdelen anders

De stichting heeft een aantal kenmerken waardoor de regeling voor governance en tegenstrijdig belang niet geheel dezelfde kan zijn als bij andere rechtspersonen. Dit houdt vooral verband met het feit dat de stichting geen aandeelhouders of leden kent. Bovendien is er een grote variëteit aan stichtingen, van heel groot (bijvoorbeeld zorginstellingen en woningcorporaties) tot heel klein en van commercieel tot louter charitatief.

Dit brengt onder meer mee dat het belang van de organisatie bij de stichting in sterkere mate wordt bepaald door haar statutaire doelstelling dan bij rechtspersonen het geval is, waar ook de belangen van aandeelhouders of leden een rol spelen. Als bijvoorbeeld het doel van een stichting verwezenlijkt is, hoeft het in stand houden van de organisatie van de stichting niet in alle gevallen een doel op zich te zijn.

Ook bij de regeling van tegenstrijdig belang neemt de stichting een bijzondere plaats in, omdat de stichting geen Algemene Vergadering kent waarnaar kan worden uitgeweken. Daarom wordt bij de stichting bepaald dat in die gevallen het orgaan waarbij het tegenstrijdig belang speelt desniettemin een besluit mag nemen, maar dat de overwegingen van dat besluit schriftelijk vastgelegd moeten worden, tenzij de statuten anders bepalen.

Aansprakelijkheid bestuurders en toezichthouders ook geüniformeerd

De norm voor de taakvervulling en de aansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakvervulling (ook wel de interne aansprakelijkheid genoemd) wordt eveneens geüniformeerd. Voor de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap bepaalt de wet al dat elke bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden is tot behoorlijke vervulling van zijn taak en dat elke bestuurder in ieder geval verantwoordelijk is voor de algemene gang van zaken. Voorts bepaalt de wet dat elke bestuurder voor het geheel aansprakelijk is ter zake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden. Kortom: een collectieve aansprakelijkheid met een mogelijkheid voor de individuele bestuurders om te bewijzen dat hen geen blaam treft.

In de nieuwe Wet Bestuur en Toezicht gaat deze regeling van collectieve aansprakelijkheid ook gelden voor de bestuurders van andere rechtspersonen. Voor de toezichthouders wordt eenzelfde regeling in de wet opgenomen, maar dan uiteraard voor het geval er sprake is van onbehoorlijk toezicht.

In dit verband moet worden bedacht dat bij een zogenaamd one-tier board de uitvoerende bestuurders en de niet-uitvoerende bestuurders (oftewel toezichthouders) deel uitmaken van één orgaan (het bestuur) en dat de toezichthouders daardoor aansprakelijk zijn als bestuurders.

De specifieke aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders in geval van faillissement geldt op dit moment alleen nog voor de naamloze en besloten vennootschap, maar zal onder de Wet Bestuur en Toezicht ook voor de meeste andere rechtspersonen gelden.

Deze faillissementsaansprakelijkheid houdt kort gezegd in dat iedere bestuurder c.q. toezichthouder aansprakelijk is voor het gehele boedeltekort indien het bestuur respectievelijk de RvC/RvT in de laatste drie jaren voorafgaand aan het faillissement haar taak onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat die onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is voor het faillissement. Ook hier bestaat een ontsnappingsmogelijkheid, mits de bestuurder c.q. toezichthouder bewijst dat hem/haar geen ernstig verwijt treft en hij/zij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van de onbehoorlijke taakvervulling af te wenden.

De faillissementsaansprakelijkheid geldt niet voor de vereniging en de stichting die én niet belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting én niet verplicht is een jaarrekening op te stellen.

Vragen over dit onderwerp? Neem gerust contact met mij of een van de andere specialisten van ons team ondernemingsrecht op.