Spring naar inhoud

Netcongestie in de bouw: overmacht?

Netcongestie zorgt bij bouwprojecten steeds vaker voor vertraging. Wat zijn de (juridische) gevolgen daarvan voor de aannemer? Als een bouwwerk door netcongestie niet tijdig kan worden aangesloten op het stroomnet kwalificeert dat dan als overmacht? Heeft een aannemer dan bijvoorbeeld recht op bouwtijdverlenging? Of is de aannemer dan nog gewoon de contractuele boete wegens te late oplevering verschuldigd? 

In een recente uitspraak van de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen van 23 september 2026 stond deze vraag centraal (RvA Hoger Beroep nr. 72.384). Een aannemer had zich verplicht om binnen 200 werkbare werkdagen dertien bedrijfsunits met twee parkeerplaatsen te realiseren. De oplevering vond echter 141 werkdagen te laat plaats. Door die vertraagde oplevering maakte de opdrachtgever aanspraak op een contractuele boete van € 8.460,00.

Het beroep op overmacht

Volgens de aannemer kon de vertraging hem niet worden toegerekend. De netbeheerder kon geen trafostation aanleggen doordat de benodigde vergunningen ontbraken. De aannemer stelde dat hij de aansluiting tijdig had aangevraagd en de bedrijfsunits op tijd gereed waren voor de aansluiting op het net. Bij het sluiten van de overeenkomst had de aannemer naar eigen zeggen voldoende rekening gehouden met mogelijke vertraging. Met een uitloop van 62 weken ten opzichte van de toen geldende wettelijke aansluittermijn van 18 weken hoefde hij geen rekening te houden. De opdrachtgever vond daarentegen dat de problemen met de netaansluiting voorzienbaar waren en dat de aannemer daarop had moeten anticiperen.

Oordeel arbiters

De arbiters benadrukken dat een beroep op overmacht alleen slaagt als de oorzaak van de vertraging op grond van de wet, de overeenkomst of de verkeersopvattingen niet voor rekening van de aannemer komt. Daarvan was hier geen sprake. Al vóór het sluiten van de aannemingsovereenkomst wist de aannemer dat de aansluiting naar verwachting langer op zich zou laten wachten dan de 18 weken die destijds voortvloeide uit artikel 23 lid 4 van de Elektriciteitswet en de Netcode Elektriciteit. Tijdens de nutsintake op 27 juli 2023 werd voor de aannemer bovendien duidelijk dat eerst een nieuwe hoofdinfrastructuur moest worden aangelegd. De aansluiting was daarmee afhankelijk van aanvullende werkzaamheden van de netbeheerder en haar uitvoerende partijen. Ondanks deze onzekerheden had de aannemer zich zonder voorbehoud verbonden tot oplevering binnen 200 werkbare werkdagen na de start van de bouw. Hij had geen contractuele regeling opgenomen voor vertraging van de nutsaansluiting, hetgeen de aannemer bij latere projecten wel deed. Door op 7 juni 2023 al met de bouw te beginnen, nam de aannemer volgens de arbiters bewust een risico dat voor zijn rekening dient te komen. Ook eventuele fouten of tekortkomingen van de netbeheerder of haar uitvoerende partijen leveren niet zonder meer overmacht op. Wie voor de nakoming van zijn contractuele verplichtingen afhankelijk is van derden, draagt in beginsel het risico dat die derden niet tijdig presteren. Dat geldt temeer nu een tijdige elektriciteitsaansluiting bij bouwprojecten een voorzienbaar aandachtspunt is.

Matiging boete?

Ook het beroep op matiging van de boete slaagt niet. Op grond van artikel 6:94 BW kan een bedongen boete alleen worden gematigd als de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Daarvan is pas sprake als toepassing van het boetebeding tot een buitensporig en daarmee onaanvaardbaar resultaat leidt. Volgens de arbiters deed die situatie zich hier niet voor. De aannemer had zich aan een bepaalde bouwtijd verbonden en droeg daarom het risico dat deze termijn niet werd gehaald. Door het werk aan te nemen zonder zekerheid over de tijdige aanleg van de nutsaansluiting, aanvaardde hij het risico dat die aansluiting te laat beschikbaar zou zijn. Bovendien had hij onvoldoende (rechts)maatregelen getroffen om de realisatie van de nutsaansluiting te bespoedigen. Daarom kon niet worden geoordeeld dat de aannemer geen verwijt trof. De arbiters oordelen dat niet valt in te zien waarom de gevorderde boete in geen redelijke verhouding zou staan tot de schade die de opdrachtgever lijdt of anderszins tot een buitensporig resultaat leidt.

Les voor de bouwpraktijk?

De uitspraak benadrukt dat een vertraagde aanleg van de nutsaansluiting door netcongestie de aannemer niet automatisch recht geeft op bouwtijdverlenging. Aannemers doen er daarom verstandig aan vóór contractsluiting de risico’s rond nutsaansluitingen concreet te onderzoeken en passende contractuele voorbehouden of regelingen voor termijnverlenging van de bouwtijd op te nemen. Zonder dergelijke afspraken kan vertraging bij de netbeheerder — ook als de aannemer daarop maar beperkte of geen invloed heeft — voor rekening en risico van de aannemer blijven. 

Heeft u vragen over de gevolgen van netcongestie of dreigt uw project vertraging op te lopen? Neem gerust contact op met de Wilbert Postma of Wim Bulthuis van PlasBossinade Advocaten en Notarissen. Wij bespreken graag de mogelijkheden met u.