Spring naar inhoud
Contact

Hoe zit het met matiging van een boete?

Datum
Leestijd
4 minuten
door
Marijn Nuijens

Ze komen veel voor in de bouw: boetebedingen. De bekendste en meest voorkomende is de boete (ofwel: korting) wegens te late oplevering.

Functie boetebeding

Zo’n boetebeding kan twee functies hebben: 1) een prikkel tot nakoming en 2) fixatie bij voorbaat van de schade waarop aanspraak gemaakt kan worden bij te late oplevering. Dat laatste is handig voor de opdrachtgever, want die hoeft dan de hoogte van de schade niet meer te bewijzen. Het kan onder omstandigheden ook handig zijn voor de aannemer, omdat die in beginsel precies weet wat hij “kwijt” is als hij te laat oplevert.

Het op voorhand vaststellen van de verschuldigde schadevergoeding betekent natuurlijk wel, dat het voor de opdrachtgever van belang is dat goed nagedacht wordt over de hoogte van de boete. Stelt de opdrachtgever de boete op een lager bedrag dan de schade die hij door te late oplevering lijdt of zal lijden, dan blijft hij in beginsel met het verschil zitten.

De aannemer moet er op zijn beurt natuurlijk voor waken dat hij niet tekent voor een te hoge boete. Dit brengt mij op een bespreking van een recente uitspraak van de Raad van Arbitrage. De uitspraak ging over de bouw van een woonhuis voor een aanneemsom van € 380.000,-- exclusief BTW.

De uitspraak

De bouw verliep – kort gezegd – niet vlekkeloos. De overeengekomen opleverdatum van 31 juli 2017 werd niet gehaald. Opdrachtgevers en aannemer kwamen tussentijds een nieuwe opleverdatum overeen en stelden daar een – stevige – boete op: € 1.500,-- voor iedere dag dat te laat werd opgeleverd.

U voelt hem al aankomen: ook de nieuwe opleverdatum haalde de aannemer niet. Hij liep 126 dagen uit. Volgens de aannemer kwam dit onder andere door schaarste aan onderaannemers en leveranciers en langere levertijden van materialen vanwege de sterk aantrekkende economie.

Dat komt echter – helaas voor de aannemer – voor zijn rekening en een snelle rekensom leert dat hij zich dus gesteld zag voor een boete van maar liefst € 189.000,--. Dat is nogal een bedrag, zeker vergeleken met de aanneemsom.

Gaat het beroep op matiging op?

De aannemer vond deze boete buitensporig, onaanvaardbaar en dus onredelijk, en meende dat die boete voor matiging in aanmerking kwam. Onder andere stelde hij daarbij dat de opdrachtgevers natuurlijk nooit dit forse bedrag aan schade hadden geleden.

Hoe loopt dat nu af voor deze aannemer? Wordt de aannemer geholpen door de “redelijkheid en de billijkheid” of moet hij dat enorme bedrag betalen? Welnu, voor het antwoord op die vraag is relevant dat de rechter (c.q. de arbiter) alleen tot matiging kan overgaan wanneer toepassing van een boetebeding tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt.

Daarbij moet niet alleen gelet worden op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.

In deze zaak was er onderhandeld over de boete, de aannemer heeft deze boete vervolgens geaccepteerd zonder daar een maximum aan te verbinden. De arbiters stelden verder vast dat de opdrachtgevers ook echt hinder hadden ondervonden door de te late oplevering (pendelen met de kinderen tussen de nieuwe school en de oude woning et cetera).

De stelling van de aannemer ten slotte, dat de opdrachtgevers hun schade niet of onvolledig hadden onderbouwd kon er ook geen verandering in brengen: de boete fixeerde namelijk de verschuldigde schadevergoeding. Voldoende is dat de opdrachtgevers kunnen aantonen dat enige schade is geleden door de te late oplevering. Dat lukt vaak wel, zo ook in dit geval. De aannemer moest dus flink in de buidel tasten en die € 189.000,-- betalen.

De les

De les? Die is natuurlijk voor de aannemer: accepteer niet zomaar een boete en ga er zeker niet vanuit dat die wel gematigd wordt als het te gortig wordt.

Uitspraak: Raad van Arbitrage 12 november 2019, geschilnummer 36.462.