Kortere afstand bij spuitzonering op grond van locatiespecifiek onderzoek

Het is al sinds jaar en dag vaste rechtspraak van de Afdeling van bestuursrechtspraak van de Raad van State dat in het algemeen een afstand van ten minste 50 meter tussen een agrarische bedrijvigheid, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, en een gevoelige functie moet worden aangehouden. Zo wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. Die zone van 50 meter wordt wel een spuitzone genoemd (of eigenlijk beter nog: spuitvrije zone).
Deze afstand van 50 meter betreft een vuistregel, waarvan in bepaalde situaties kan worden afgeweken. Dat afwijken kan alleen als daar een deugdelijke motivering aan ten grondslag ligt. Die motivering moet zijn gebaseerd op een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek.
De Afdeling stelt strenge eisen aan zo’n op de locatie toegesneden onderzoek. Het moet écht op de locatie zijn toegesneden en mag niet te algemeen zijn. Met regelmaat wordt door de Afdeling geoordeeld dat een onderzoek niet voldoende is om tot een kortere afstand te komen (zie bijvoorbeeld ABRvS 18 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:929).
Maar het gaat ook wel eens goed. Bijvoorbeeld in een uitspraak van vorige week (11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1410). Reden om die uitspraak in dit blog te bespreken.
Wat was er aan de hand? Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen heeft (nadat de gemeenteraad een vvgb had verleend) een omgevingsvergunning verleend voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Op het naastgelegen perceel, slechts 17 meter verderop, heeft één van de appellanten het voornemen om een boomkwekerij te exploiteren, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.
Appellanten betogen dat niet goed gemotiveerd was waarom een kortere afstand dan 50 meter wordt gehanteerd en waarom dan nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op het perceel van de arbeidsmigranten.
De Afdeling oordeelde echter dat in dit geval een spuit(vrije) zone van 17 meter mocht worden gehanteerd. De reden, kort samengevat:
- Er waren verschillende onderzoeken uitgevoerd door deskundigen. Op deze specifieke locatie adviseren de onderzoeken een spuitvrije zone van 10 tot 16 meter voor het aannemen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
- Van belang daarbij was dat:
- drift gereduceerd zal worden door kokosmatten, die op grond van de vergunningvoorschriften verplicht moeten worden aangebracht tussen de boomkwekerij en de gevoelige functie;
- Er tussen de boomkwekerij en de gevoelige functie een watergang was, die een bestaande beperking vormt van de mogelijkheden om de gronden nabij de watergang te bespuiten.
- dat aannemelijk is geworden dat het perceel niet geschikt is voor het uitvoeren van bespuiting met gewasbeschermingsmiddelen door een getrokken of zelfrijdende spuitmachine. Het toepassen van deze middelen kan dus alleen handmatig worden uitgevoerd, waardoor de drift naar de naastgelegen percelen wordt beperkt.
- dat inmiddels een omgevingsvergunning is verleend voor een woning, kas en loods op het perceel van de boomkwekerij. De afschermende werking daarvan zal volgens de deskundigen eveneens de drift beperken.
De Afdeling oordeelde aldus dat ter plaatse van het huisvestingscomplex sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er was ook geen onevenredige beperking van de bedrijfsmogelijkheden op het perceel van de boomkwekerij.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Deze uitspraak bevestigt dat het inderdaad mogelijk is om af te wijken van de afstand van 50 meter tussen agrarische bedrijvigheid, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, en gevoelige functies, mits daaraan een deugdelijke motivering in de vorm van een zorgvuldig locatie specifiek onderzoek ten grondslag ligt.
De omstandigheden die tot een kortere afstand dan 50 meter aanleiding gaven, deden dat overigens in eerdere uitspraken van de Afdeling ook al eens. Al eerder kwam Afdeling tot de conclusie dat een barrière tussen de betreffende locatie en de gevoelige functie een reden kan zijn om de afstand te verkleinen (ABRvS 2 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3160). Ook concludeerde de Afdeling eerder dat de omstandigheid dat tussen de locaties een sloot aanwezig is en milieuvoorschriften reeds bepalen dat daarlangs een teeltvrije zone moet worden aangehouden, reden kan zijn op grond waarvan een kleinere afstand aanvaardbaar kan zijn (ABRvS 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4331). Ook de gehanteerde spuittechniek is eerder aan bod gekomen in een uitspraak van de Afdeling, waarbij werd geconcludeerd dat die kan bijdragen aan het verkleinen van de spuitzone (ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1263).
Maar er blijft dus altijd een op de locatie toegespitst onderzoek nodig als wordt afgeweken van de vuistregel van 50 meter, waarin dit soort omstandigheden kunnen worden betrokken.
En ten slotte bevestigt de onderhavige uitspraak van de Afdeling nog eens dat in de besluitvorming niet altijd uitgegaan hoeft te worden van de maximale planologische mogelijkheden, als aannemelijk is geworden dat die feitelijk niet gerealiseerd kunnen worden op het betreffende perceel. Gekeken mag worden naar de zogenaamde representatieve invulling van die maximale mogelijkheden.

