Spring naar inhoud

Locatiespecifiek onderzoek als vergunningvoorwaarde voor een kortere afstand bij spuitzonering

Locatiespecifiek onderzoek als vergunningvoorwaarde voor een kortere afstand bij spuitzonering

Tussen agrarische bedrijvigheid, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, en een gevoelige functie, moet in beginsel een afstand van 50 meter worden aangehouden. Dat is een zogenaamde spuitvrije zone. Een kortere afstand kan worden aangehouden, als daar een deugdelijke motivering aan ten grondslag ligt. Die motivering moet zijn gebaseerd op een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek. In onze vorige blog bespraken wij een uitspraak die daarover ging.

In een uitspraak van gisteren (25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1723) kwam de Afdeling te oordelen over een verbod op fruitteelt binnen 50 meter tot gevoelige functies in het bestemmingsplan Buitengebied 2022 van de gemeente West Betuwe.

De toelichting van het bestemmingsplan vermeldde het volgende over de reden om dat verbod op te nemen:

In Geldermalsen is de fruitteelt een belangrijke sector. De gemeente wil deze sector graag ontwikkelingsmogelijkheden bieden. Rondom (fruit)boomgaarden wordt een zone van 50 m aangehouden tot woningen.

In dit bestemmingsplan zijn op de oeverwallen nieuwe boomgaarden voor de fruitteelt in principe toegestaan, mits voldoende afstand wordt gehouden tot gevoelige functies. Vooralsnog zal dit in eerste instantie 50 m zijn, tenzij met behulp van juridisch houdbaar maatwerkonderzoek naar spuitgewasbeschermingsmiddelen is aangetoond dat een verkleining van de afstand verantwoord is. Nieuwe boomgaarden buiten de oeverwallenzone zijn alleen dan toegestaan als er geen andere belangen zich hier tegen verzetten (o.a. Nieuwe Hollandse Waterlinie en behoud openheid polders).

Dat resulteerde in een planregel (artikel 4.1) die als volgt luidde:

fruitteelt in de vorm van nieuwe boomgaarden niet zijn toegestaan:

•  binnen een afstand van 50 m tot gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen;

• ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - boomgaarden uitgesloten';

• ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - open landschap';

Waarvan kon worden afgeweken met een omgevingsvergunning. De bepaling daarover luidde als volgt (dikgedrukt door ons):

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van:

a. het toestaan van fruitteelt in de vorm van boomgaarden en de daarbij benodigde teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarische - uiterwaard', met dien verstande dat:

1. de totale oppervlakte van de fruitteelt in de vorm van boomgaarden van aanvragen na vaststelling van dit plan per bedrijf niet meer bedraagt dan 5 ha;

2. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de belangen en natuur- en landschapswaarden van de naburige percelen en gronden;

3. fruitteelt in de vorm van boomgaarden niet is toegestaan binnen een zone van 10 m vanaf de Linge;

b.het verkleinen van de afstand van fruitteelt in de vorm van boomgaarden tot gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen mits met behulp van juridisch houdbaar maatwerkonderzoek naar spuitgewasbeschermingsmiddelen is aangetoond dat een verkleining van de afstand verantwoord is;

De vraag die de Afdeling (onder andere) moest beantwoorden, is of de afwijkingsbevoegdheid onder b wel voldoende rechtszeker was, omdat niet was gedefinieerd wat moet worden verstaan onder een juridisch houdbaar maatwerkonderzoek en een verantwoorde verkleining.

De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de afwijkingsbevoegdheid in artikel 4.6.3, aanhef en onder b rechtsonzeker is. De eis dat maatwerkonderzoek moet worden gedaan is voldoende objectief bepaalbaar en dat geldt ook voor de eis dat een kortere afstand verantwoord moet zijn. Dat dit artikel aan het college beoordelingsruimte laat bij de vraag of fruitbomen op een kortere afstand dan 50 meter mogen worden geplant en welke exacte afstand dat dan mag zijn, maakt de planregel op zichzelf niet rechtsonzeker.