Spring naar inhoud

Wat betekent kwijting verlenen?

In bijna alle notariële akten waarbij de ene partij (X) iets van een andere partij (Y) te vorderen heeft, kom je het tegen: “X verleent Y kwijting voor de betaling”. Wat betekent dit? En nog belangrijker, wat zijn de (rechts)gevolgen van het verlenen van kwijting? In dit blog zal ik op deze vragen ingaan aan de hand van de betekenis van de begrippen kwijting en kwijtschelding. Deze begrippen worden namelijk vaak door elkaar gebruikt.

Kwijting

Het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal (Van Dale) omschrijft kwijting als volgt: “1 vervulling van een plicht, taak, belofte 2 betaling, afdoening 3 kwitantie: betaling tegen kwijting.” Dat is duidelijk. Als de koopprijs is betaald dient de verkoper aan de koper kwijting te verlenen als bewijs voor het feit dat koper aan zijn verplichting tot betaling heeft voldaan. Deze verplichting voor de verkoper is door de wetgever ook zo geregeld in ons Burgerlijk Wetboek. En je denkt er misschien niet over na, maar ook elke keer als je bij de kassa in de supermarkt een bonnetje krijgt wordt aan jou kwijting verleend. Je krijgt dan een kwitantie.

Voer voor discussie

Toch is kwijting meer dan eens onderwerp van discussie tussen partijen. Waarbij vaak ook nog het woord finale wordt toegevoegd. Het geschil ontstaat bijna altijd omdat partijen niet dezelfde uitleg aan het woord kwijting hebben gegeven.

De bedoeling van de partij die in een akte (finale) kwijting wenst te ontvangen is dat hij na het ondertekenen van de akte niks meer aan de tegenpartij wil betalen. Andersom bedoelde de tegenpartij dat hij bevestigt dat de betaling heeft plaatsgevonden, maar dat hij voor het restant een vordering houdt. Dit levert voer voor discussie en dus voor rechters en advocaten veel werk.

Kwijtschelding

Uit eerdergenoemd woordenboek blijkt dat je met het werkwoord kwijtschelden de bedoeling hebt om iemand te ontheffen van zijn verplichtingen. Vaak zal deze ontheffing zien op de ontheffing van de verplichting tot betaling. Wanneer je van iemand een euro leent en deze de volgende dag weer terug wil geven zegt hij: “Laat maar zitten, het is al goed”. Deze opmerking kun je opvatten als een kwijtschelding. Je hebt niet betaald maar hoeft dit ook niet meer te doen.

De Hoge Raad heeft in de zomer van vorig jaar beslist dat je bij het opnemen van een bepaling van kwijting er niet snel vanuit mag gaan dat er bedoeld is om hiermee ook de resterende schuld kwijt te schelden. Wil je dat de resterende schuld wordt kwijtgescholden dan zal je dit echt moeten afspreken. Juridisch gezegd: “de wil van de schuldeiser (verkoper) moet er op gericht zijn de resterende schuld kwijt te schelden, of de schuldenaar (koper) kon hier in ieder geval gerechtvaardigd op vertrouwen.”

Juiste woorden

Het verlenen van (finale) kwijting betekent dus niet automatisch dat je ook afstand doet van je restantvordering op de tegenpartij. Hiervoor is meer nodig. Bijvoorbeeld de verklaring dat partijen niks meer van elkaar te vorderen hebben. Om de juiste (rechts)gevolgen te bereiken is het erg belangrijk om de juiste woorden te kiezen. Een advocaat en een notaris spelen hierbij een belangrijke rol. Zij zorgen ervoor dat jouw bedoeling op de juiste manier in een overeenkomst of akte wordt opgenomen.