Visserijsteun en De-Minimis

De-minimisvrijstelling in de visserijsector: aandachtspunten naar aanleiding van recente jurisprudentie
Voor de vrijstellingsmogelijkheden van staatssteun is de de-minimisvrijstelling een belangrijk en veel gebruikt instrument. Deze vrijstelling stelt overheden in staat om ondernemingen beperkte steun te verlenen zonder dat dit als staatssteun wordt beschouwd en zonder dat voorafgaande melding bij de Europese Commissie noodzakelijk is. Voor de meeste sectoren geldt een plafond van € 300.000,- over een periode van drie jaar. Echter, voor specifieke sectoren, zoals de visserij- en aquacultuursector, gelden lagere plafonds. Voor deze sector is het maximale steunbedrag vastgesteld op €30.000 over drie jaar.
Achterliggende redenen voor het lagere plafond in de visserijsector
Het lagere plafond voor de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector is ingegeven door de specifieke kenmerken en gevoeligheden van deze sector. De visserijsector wordt gekenmerkt door intensieve concurrentie en een directe afhankelijkheid van natuurlijke hulpbronnen, die beperkt en kwetsbaar zijn. Om overbevissing te voorkomen en de duurzaamheid van visbestanden te waarborgen, is het essentieel om marktverstoring door overheidssteun te minimaliseren. Een lager steunplafond draagt bij aan het behoud van eerlijke concurrentie en voorkomt dat individuele ondernemingen een oneerlijk voordeel verkrijgen dat kan leiden tot overexploitatie van visbestanden.
Recente jurisprudentie
Een recente uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), met zaaknummer ECLI:NL:CBB:2025:124, werpt licht op de toepassing van de de-minimisregels in de visserijsector. In deze zaak werd een onderneming geconfronteerd met een lagere vaststelling van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021. De reden hiervoor was dat het staatssteunplafond voor de visserij- en aquacultuursector was overschreden. De onderneming die de steun aangevraagd had was zelf niet actief binnen de visserij- en aquacultuur sector, maar de groep waartoe zij behoorde was dit wel. De onderneming was actief op het gebied van de productie, verwerking en afzet van visserij- en aquacultuur producten. Op grond daarvan heeft de Minister geoordeeld dat het aangevraagde steunbedrag van de TVL maximaal tot € 30.000 toegekend kon worden
Feiten en rechtsregel
De onderneming in kwestie had TVL-steun aangevraagd voor Q2 2021. Bij de beoordeling van de aanvraag bleek dat de cumulatieve ontvangen steun de de-minimisgrens van € 30.000 voor de visserijsector overschreed. Als gevolg hiervan werd het toegekende bedrag naar beneden bijgesteld om binnen het toegestane plafond te blijven. Er waren geen andere vrijstellingsmogelijkheden van toepassing. Het CBb oordeelde dat deze handelwijze in overeenstemming was met de geldende de-minimisregels voor de visserijsector.
Belang van juiste beoordeling: is er daadwerkelijk sprake van staatssteun?
Gezien de lage de-minimisvrijstelling in de visserijsector is het in sommige gevallen zinvol om niet alleen naar de vrijstelling zelf te kijken, maar ook te beoordelen of een bepaalde steunmaatregel überhaupt als staatssteun kan worden aangemerkt. Dit wordt bepaald aan de hand van de vijf staatssteuncriteria:
1. Overheidsmaatregel: De steun moet afkomstig zijn van de overheid of met staatsmiddelen worden bekostigd.
2. Selectief voordeel: De maatregel moet bepaalde ondernemingen of sectoren bevoordelen boven anderen.
3. Economisch voordeel: De begunstigde onderneming ontvangt een economisch voordeel dat zij onder normale marktvoorwaarden niet zou hebben gekregen.
4. Beïnvloeding van de handel tussen EU-lidstaten: De steun moet een potentieel effect hebben op het handelsverkeer binnen de EU.
5. Verstoring of dreigende verstoring van de mededinging: De maatregel moet de concurrentie binnen de EU kunnen vervalsen.
Alle vijf criteria moeten voldaan zijn om van staatssteun te kunnen spreken. Indien een van de criteria niet wordt vervuld – bijvoorbeeld als er geen sprake is van een verstoring van de mededinging – kan de steun buiten het staatssteunrecht vallen. In dat geval hoeft er geen gebruik te worden gemaakt van de beperkte ruimte die de de-minimisvrijstelling biedt. Als er wél sprake is van staatssteun, kan vervolgens worden onderzocht of er een specifieke vrijstelling van toepassing is om de steun toch mogelijk te maken.
Conclusie en aanbevelingen
Deze uitspraak benadrukt het belang voor ondernemingen in de visserij- en aquacultuursector om nauwkeurig bij te houden hoeveel de-minimissteun zij over een periode van drie jaar hebben ontvangen. Het overschrijden van het steunplafond kan leiden tot aanpassingen of zelfs terugvorderingen van verleende steun. Het kan daarom raadzaam zijn om advies in te winnen.
Gezien de lage de-minimisgrens in de visserijsector is het verstandig om te laten toetsen of een bepaalde steunmaatregel daadwerkelijk als staatssteun kwalificeert. Indien niet aan alle vijf staatssteun criteria wordt voldaan, valt de steun mogelijk buiten het staatssteunrecht en hoeft men geen gebruik te maken van de de-minimisruimte. Mocht er wel sprake zijn van staatssteun, dan kan onderzocht worden of er een vrijstelling van toepassing is om alsnog financiële ondersteuning te verkrijgen.
Mocht u vragen hebben over de toepassing van de de-minimisregels in uw specifieke situatie of behoefte hebben aan juridisch advies, neem dan contact op met ons.