Spring naar inhoud

Gewijzigde lijn rechtspraak intern salderen doorgetrokken naar bestemmingsplannen

 Met haar uitspraak van 14 januari 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het nieuwe beoordelingskader voor intern salderen bij projecten doorgetrokken naar bestemmingsplannen. Intern salderen is daarmee uitsluitend nog mogelijk in het kader van een eventuele passende beoordeling en niet meer in de zogenoemde voortoets. Het nieuwe beoordelingskader is direct van toepassing in lopende procedures over bestemmingsplannen. 

Intern salderen niet langer mogelijk in voortoets

Als een bestemmingsplan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, eist het natuurbeschermingsrecht dat in de voortoets wordt onderzocht of die ontwikkeling significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden.

In de uitspraak van 14 januari 2026 oordeelt de Afdeling dat intern salderen in de voortoets niet langer mogelijk is. In de voortoets mag dus geen vergelijking meer worden gemaakt met de feitelijk aanwezige en planologisch toegestane situatie (referentiesituatie). De voortoets mag zich voortaan uitsluitend toespitsen op de gevolgen van de ruimtelijke ontwikkeling op zichzelf. Daarmee trekt de Afdeling het beoordelingskader voor intern salderen bij projecten (uit de uitspraak van 18 december 2024) door naar bestemmingsplannen. 

Intern salderen, onder voorwaarden, wel mogelijk in passende beoordeling

In de passende beoordeling mag wel rekening worden gehouden met de referentiesituatie. In lijn met de uitspraak van 18 december 2024 oordeelt de Afdeling ook in deze uitspraak dat intern salderen alleen mogelijk is als 1) de verwachte voordelen van de mitigerende maatregel vaststaan ten tijde van de passende beoordeling, 2) de wijziging of beëindiging van de stikstofveroorzakende activiteit is verzekerd en 3) wordt voldaan aan het zogenoemde additionaliteitsvereiste.

Deze laatste voorwaarde, het additionaliteitsvereiste, houdt in dat gemotiveerd moet worden dat de beëindiging of beperking van de referentiesituatie niet nodig is als instandhoudings- of passende maatregel voor Natura 2000-gebieden. De Afdeling oordeelt dat de raad aan deze motiveringsplicht kan voldoen door zich ervan te vergewissen dat in openbaar raadpleegbare gegevens geen aanwijzingen staan dat het bevoegd gezag (dat verantwoordelijk is voor het treffen van instandhoudings- of passende maatregelen) de wijziging of beëindiging van de referentiesituatie nodig acht als instandhoudings- of passende maatregel.