Spring naar inhoud
Contact

Samenwerken met concurrenten (in de zorg)

Datum
Leestijd
3 minuten
door
Peter Hoekstra

Mag samenwerken met concurrenten nu wel of niet? Wanneer wordt de mededinging verstoord en grijpt de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in?

Samenwerken met concurrenten ligt gevoelig. Je moet immers met elkaar concurreren om de markt gezond te houden en samenwerking bergt al snel het gevaar in zich dat de mededinging juist wordt beperkt. Dit kan gebeuren door uitdrukkelijke afspraken om vooral niet in elkaars vaarwater te gaan zitten, maar ook het fenomeen van de onderling afgestemde feitelijke gedraging komt voor. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een situatie dat zoveel wordt samengewerkt dat steeds meer informatie over en weer bekend wordt, ook over prijzen. Dan zul je zien dat verkoopprijzen op termijn toch ‘automatisch’ steeds meer naar elkaar toe kruipen.

Merkbare gevolgen samenwerking

Mededingingsrechtelijke gevolgen van samenwerkingen leiden niet altijd direct tot overtredingen van de mededingingswet. Zolang de gevolgen niet merkbaar zijn op de relevante markt, zijn zij sowieso toelaatbaar. De vraag is dan echter hoe de markt afgebakend moet worden: om welke product- of dienstenmarkt gaat het en welke geografische markt hoort daar bij? Indien een markt bijvoorbeeld wordt afgebakend als cardiovasculaire zorg in Noord-Nederland, is het effect van een samenwerking op die markt wellicht veel groter dan wanneer een markt wordt afgebakend als algemene ziekenhuiszorg in heel Nederland.

Zelfcontrole

Omdat marktafbakening meestal lastig is (alsmede het voorspellen van het effect van een afspraak op die markt), zie je heel vaak dat partijen er voor kiezen om nog verdergaand te gaan samenwerken: door een gezamenlijke nieuwe onderneming op te richten of zelfs te fuseren. Dat heeft er mee te maken dat partijen bij een samenwerking zelf geacht worden de toelaatbaarheid daarvan te beoordelen, terwijl bij een fusie de ACM toetst of deze toegestaan is. Omdat bij een foute eigen inschatting de boetes hoog kunnen zijn, wordt er dus nogal eens gefuseerd (of een nieuwe onderneming opgericht) terwijl op zich een samenwerking had kunnen volstaan.

Wederom met als voorbeeld de ziekenhuiszorg is intussen wel geconstateerd dat alle doorgevoerde fusies niet echt gebracht hebben wat men er van had gehoopt. Een fusie die er in resulteert dat ziekenhuizen op verschillende locaties formeel één geheel vormen, brengt namelijk ook weer allerlei organisatorische problemen met zich.

Voordelen samenwerking

Soms is ‘slechts’ samenwerken dus toch wel een goed idee. Het vergt wel even een goed onderzoek van wat nu wel en niet is toegestaan en de noodzaak om een controlesystematiek in te bouwen, waarmee in de gaten gehouden wordt dat ook blijvend binnen de grenzen wordt geopereerd, maar dan biedt samenwerken uiteindelijk veel meer flexibiliteit dan fuseren. Sluit de mogelijkheden van een samenwerking dus niet te snel uit in verband met het mededingingsrecht.